Hallo / goedendag
สวัสดี sà-wàt-dii
Mag ik de menukaart?
ขอเมนูหน่อย khǒo mee-nuu nòi
Ik had graag …
ขอ… khǒo …
Zet het woord voor wat je wil erachter.
Deze (wijzend)
อันนี้ an níi
Een tafel voor twee
สองคน sɔ̌ɔng khon
Letterlijk: twee personen.
Water, alstublieft
ขอน้ำเปล่า khǒo náam plàao
Nog één, alstublieft
ขออีกหนึ่ง khǒo ìik nʉ̀ng
Niet pikant, alstublieft
ไม่เผ็ด mâi phèt
Ik ben allergisch voor pinda's
แพ้ถั่วลิสง phɛ́ɛ thùa lí-sǒng
Hier opeten
กินที่นี่ kin thîi nîi
Meenemen (in een zakje)
ใส่ถุง sài thǔng
Heel lekker!
อร่อยมาก a-ròi mâak
Hoeveel kost het?
เท่าไหร่ thâo-rài
De rekening, graag
เช็คบิล chék bin
Dank u
ขอบคุณ khɔ̀ɔp khun
Waar is het toilet?
ห้องน้ำอยู่ที่ไหน hɔ̂ng náam yùu thîi nǎi
Tik op een woord om het groot aan de ober te tonen.